Posts tonen met het label tomaten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tomaten. Alle posts tonen

woensdag 10 juli 2013

Bietjes op je tietjes

"Ja, worstjes op mijn borstjes, bietjes op mijn tietjes en op mijn hoofd een haantje uit de grill." Ik ben er pas vanmorgen achter gekomen dat het eigenlijk bietjes op mijn knietjes was, maar goed. het was mijn eerste kennismaking met bietjes. De tweede keer was op mijn bord en wat vonden wij dat vies! De derde keer was met sinterklaas toen we van een vervelende oom een hapje bietjes uit een HAK potje moesten lepelen om onze cadeautjes te krijgen. Ik heb daarna met veel plezier gespeeld met de lego maar voor de rest van mij leven wist ik: Geen bietjes meer voor mij!

Bloody mess
Die rooie groente heeft me daarna nog een aantal keren proberen te verleiden, maar zonder succes. De aardappel-huzarensalade van mijn tante, de combinatie van haring met bietjes in een Scandinavisch restaurant: het zal allemaal best lekker zijn geweest, maar ik bleef het een bloedigere bende vinden. Zijn bijnaam, krootjes, helpt natuurlijk ook niet. Dat klinkt toch een beetje alsof je je tanden in een bak kroos zet, inclusief de weeïge lucht die vaak van een slootje komt. Sloot, kroos, kroot: niet goed.

Op de markt
Ja en daar liep ik dus afgelopen weekend over een markt met vijf groenteboeren. Ik was in een bui dat ik wel weer eens wat nieuws wilde proberen en nadat ik bij de eerste twee kraampjes nog veilig voor artisjokharten en wilde spinazie ging, ben ik bij de derde post toch voor de bijl gegaan. "Doet u mij maar één biet, meneer de groenteboer..."  Groenteboer: "Ze gaan per bosje, meneer de twijfelbibs." Oei!

In de keuken, met een stapel kookboeken
Eenmaal thuis was het snuffelen geblazen in mijn kookboekencollectie. Want, ja, hoe maak je die krengen eigenlijk klaar? En ik wilde niet veilig voor bietensoep gaan, waarbij bereiding en tijd niet zo'n rol spelen. Bovendien hoort bietensoep zo'n beetje terecht in de categorie pompoensoep, en daar is pimindekeuken aantoonbaar niet zo gek op. Gelukkig vond ik een mooi receptje in de River Cafe Cookbook Green: met tijm en een gulzige scheut olijfolie in de oven bakken en dat dan serveren met wat geraspte mierikswortel. Klonk maakbaar en afgezien van de biet ook erg smaakvol. Maar ja, ik had geen mierikswortel... Wel nog een bol mozzarella, een stukje parmezaan en een tomaat. En rucola en tijm groeien doorlopend in mijn tuintje. Het werd dus wel even iets anders, maar zo op het eerste gezicht leek het me wel een strak plan. Het deed ook wel een beetje Italiaans aan: Insalata di Barbabietola. Klinkt ook veel beter dan krootjes, toch?

En het resultaat...
Nadat de barbabietola met flinke plas olio d'oliva, een paar takjes timo en wat sale een uur in de forno had gezeten, en ik dus lekker een wijntje had gedronken, was het daarna kinderspel. Bedje van rucola, mozzarella in stukken scheuren, wat tomaat erbij, oja die bietjes erbij, paar druppels citroensap en, vooruit, nog wat olijfolie, voor de gezelligheid nog wat losse tijm en parmezaan eroverheen. Nog even de pepermolen een zwieper en genieten maar!

Eerlijk? Het was heerlijk! Vooral de mozzarella met tijm en parmezaan was zalig. Tomaat en rucola vind ik altijd lekker en ik heb een goeie olijfolie. En dat in combinatie met citroensap, zeezout en peper geeft alles een geweldige oppepper! Maar die bietjes dan? Nou, die waren wel oké... Ik ben natuurlijk inmiddels een volwassen vent en eet netjes mijn bordje leeg. Maar om nou te zeggen dat ik ze lekker vond? Nee, doe mij maar tietjes.


Links:

maandag 17 december 2012

Langzaam gegaard buikspek



Langzaam gegaard buikspek met borlottibonen en wilde spinazie... Dan voel je toch de wind door je huis gieren en hoor je toch bijna het knisperen van de sneeuw onder je laarzen? Ik weet niet hoe het KNMI er over denkt, maar als ik dit eet, dan is de winter gewoon begonnen, hoor. 

Buikspek klinkt natuurlijk wel een beetje vet, en dat is  het ook gewoon. Maar dat heeft zo z'n voordelen. Ten eerste: het is geen duur stuk dus je kunt met het grootste gemak de supermarkt links laten liggen en bij een goede slager langs gaan voor kwaliteitsvlees. Liever inferieure stukken topvlees dan topstukken van inferieur vlees, nietwaar? Daarnaast is de kans dat je het vlees te lang bakt en een droog stuk leer krijgt is bijzonder laag. Echt, een half uurtje of uurtje langer maakt niets uit. Moet je eens proberen met een biefstuk! Derde voordeel tenslotte is dat vet gelijk staat aan smaak. Daar waar "mooiere" stukken vlees, zoals kipfilet, een prettig mondgevoel  hebben, geeft vet mij pas echt gevoel dat ik vlees proef. En daar is het me uiteindelijk toch om te doen.

Bonen
Ik heb het gevoel dat lang niet iedereen van bonen houdt. Bartje "ik bid niet veur brune bon'n!" was er ook al niet dol op en ik zie maar weinig recepten met bonen. Maar ik vind peulvruchten juist geweldig. Fagioli borlotti, cannellini, lenticchie: allemaal top! De zachte, bijna romige structuur van peulvruchten, op smaak gebracht met peper en zout en eventueel wat verse kruiden is op zich al smullen. Maar peulvruchten laten zich ook uitstekend combineren met wat sterker smakend vlees zoals lam, geit, rib-eye. Of, zoals in dit gerecht, met varken.

Pop-eye
En dan het laatste deel van dit gerecht. Snelgebakken wilde spinazie met knoflook en citroensap. De ietwat bittere smaak van de spinazie, de zachte tint van de knoflook, het zuurtje van de citroen en dat alles opgehaald met grof zout; het is gewoonweg geweldig. En wat een ongelooflijk verschil met die groene touwtjes van vroeger (sorry, mama) die alleen met veel boter en hardgekookte eieren waren weg te werken.

Ingrediënten:

  • 1 kg buikspek
  • 1/2 eetlepel venkelzaad
  • 1/2 eetlepel rode peperbessen
  • 1 kruidnagel
  • 2 eetlepels honing
  • 250 gram borlottibonen
  • 1 laurierblad 
  • 4 tomaten
  • 2 grote handen wilde spinazie
  • 1 teentje knoflook
  • 1 citroen

Bereiding:
Week de bonen in ruim water. Ik doe dat eigenlijk altijd een dag van tevoren  maar een paar uur is ook okay. En zelfs zonder weken lukt het best wel. In alle gevallen: Zet de bonen met ruim water op het vuur en breng aan de kook. Zet dan het vuur laag, voeg geen zout toe (daar worden de velletjes bitter van) maar wel het laurierblad, en laat de bonen langzaam koken. Ik zou wel een tijd kunnen melden, een uurtje of twee, maar mijn ervaring is dat de ene lichting bonen veel langer nodig heeft dan de ander. Gewoon tussendoor proeven dus.

Dan het vlees: Verwarm de over voor op 200 graden. Stamp het venkelzaad, rode peperbessen en het kruidnageltje  fijn in een vijzel (of gebruik een deegroller, of de achterkant van een steelpan of een hamer; verzin maar een list), kerf het vlees in en wrijf het kruidenmengsel goed in het vlees. Smeer dan het vlees in met de honing en wat olijfolie, kruid met peper en zout en zet dan in de oven. Zet na 15 minuten de temperatuur op 130 graden. Het vlees is dan na zo'n vier uur wel klaar. Maar na vijf uur ook. En als je het vlees toevallig zes uur laat staan op deze temperatuur: ook nog geen man overboord. Haal uit de oven en begin met de laatste stap. Of laat afkoelen, zet in de koelkast en heb de volgende avond een makkie. Dat doe ik meestal.

Waarschijnlijk de volgende dag...
Zet de oven op 130 graden. Snijd het buikspek in dikke plakken, leg het in een ovenschaal en plaats deze  in de oven. Na twintig is het vlees weer heerlijk warm. Verwarm de bonen in een pannetje, breng nu op smaak met zout en peper en wat olijfolie. Snijd de tomaten in grove stukken en schep dit door de bonen.

To zover het langzame gedeelte. Nu is het even gas geven, maar we zijn dan ook bijna klaar. Was de wilde spinazie en verwijder de hele dikke stelen. Die zijn niet zo lekker. Verwarm een wok of hapjespan en roerbak de knoflook en spinazie in nog geen minuutje. Breng op smaak met wat citroensap en grof zout. Schep de bonen in een diep bord, leg hier enkele plakken vlees op en schik de spinazie er naast.

Zo, en nu weer rustig aan doen. Kaarsje aan, glaasje wijn, beetje muziek en laat het buiten maar sneeuwen. Binnen is het genieten!